Uitstellen is iets waar ik mezelf soms wel in herken. Vooral bij dingen die ik niet meteen leuk of spannend vind, merk ik dat ik ze makkelijk naar later schuif. Vaak denk ik: “dat doe ik zo wel even,” maar uiteindelijk stel ik het toch nog een tijdje uit. Voor ik het weet ben ik bezig met andere dingen die op dat moment net iets makkelijker of leuker lijken.
Toch merk ik ook dat dit niet altijd goed werkt voor mij. Als ik dingen te lang uitstel, kan ik er juist stress van krijgen omdat alles op het laatste moment nog moet gebeuren. Dat zorgt ervoor dat ik me soms minder rustig voel en minder overzicht heb. Daarom probeer ik steeds beter te leren om dingen eerder aan te pakken.
Wat mij helpt, is een beetje structuur aanbrengen. Als ik een planning maak of mijn taken opsplits in kleine stukjes, wordt het ineens veel overzichtelijker en minder groot. Het starten blijft vaak het lastigste, maar zodra ik eenmaal bezig ben, gaat het meestal best goed en kom ik in een soort flow.
Ook helpt het mij om mezelf kleine doelen te geven. Zo voelt het minder ‘zwaar’ en blijf ik gemotiveerder om door te gaan. Daarnaast helpt het om me te bedenken hoe fijn het is als iets af is, zonder dat het nog boven mijn hoofd hangt. Je sluit een soort hoofdstuk af.
Ik ben dus nog steeds iemand die soms uitstelt, maar ik merk wel dat ik steeds beter leer hoe ik daar mee om kan gaan. En dat geeft mij steeds meer rust en overzicht. Toch merk ik dat ik soms beter presteer onder druk, met een klein beetje stres.

Een reactie achterlaten